Stichting Oud Montfoort

Oudheidskamer Montfoort

Home Bernhard Weber, hardloper en volhouder

Bernhard Weber, hardloper en volhouder

Bron: Stichting Oud Montfoort

Bernhard Weber (1941-2020) was in Montfoort een bekende verschijning. Toen hij jong was haalde hij al regelmatig de krant als hardloper, hij was tot op een flinke leeftijd hockeyer en hockey-coach. En sinds het begin van deze eeuw was hij hét gezicht van de Oudheidkamer Montfoort.

In zijn werkzame leven werkte hij bij de Rabobank en bij het UMC. In 2001 stopte hij vervroegd met werken en werd hij al snel benaderd door Peter Holdinga van de gemeente Montfoort. Peter wist dat Bernhard al van jongs af een grote belangstelling had voor oude spullen. Bernhard werd namelijk in de 50’er jaren door zijn vader meegenomen naar het Centraal Museum in Utrecht. Daar sloeg de vonk over. En eenmaal zelfstandig en getrouwd, struinde hij rommelmarkten en brocantes af op zoek naar interessant spul van vroeger. Hij heeft toen veel gekocht, vertelde hij.

Bernhard werd niet alleen door de gemeente gevraagd, ook anderen maakten graag gebruik van zijn kennis. Kerken bijvoorbeeld vroegen hem om inventarissen te taxeren. Maar eenmaal betrokken bij de ‘schatten van Montfoort’ bleek hij de enige vrijwilliger te zijn op de zolder van het oude stadhuis. En hij was geen ‘echte’ Montfoorter, zei Bernhard, dus ging hij op zoek en vond Theo Stolker (2004). Samen runden ze de Oudheidkamer, maar kwamen er al snel achter dat dit veel te veel werk was voor twee vrijwilligers en dat de ruimte op de oude, lekke zolder te beperkt en te slecht was.

Bij de restauratie van het oude stadhuis verhuisden de spullen tijdelijk naar het industrieterrein om vervolgens opgeslagen te worden in de kelder van het nieuwe stadhuis. Medio 2006 kwam Fré Doop er bij en samen met de VVV werden leuke exposities georganiseerd. Er kwamen meer mensen bij: Bonenkamp, Van den Pol, Hoefs, Van Rooijen, burgemeester Jansen om maar een paar namen te noemen en er volgde een poging om de Oudheidkamer een volwaardige plaats in Montfoort te geven, met een eigen onderkomen. We spreken nu over de jaren 2008 tot 2010 en achteraf moeten we constateren dat dit geen gunstige jaren waren om een museum te willen stichten. De crisis was begonnen, overal werd bezuinigd en het initiatief bloedde helaas dood.

Hoe een waakvlam weer een vuurtje wordt
Het waren slechte jaren, de periode van 2008 tot 2016. Overal werd bezuinigd. Kunst en Cultuur leverden heel veel in. De groep die medio 2008 het Museum van Oudheden nieuw leven wilde inblazen viel geleidelijk uiteen en uiteindelijk bleven in 2018 alleen Bernhard Weber en Theo Stolker over. Samen hielden ze de waakvlam aan, maar eind 2018 moest ook Theo om gezondheidsredenen afhaken.

“Hoe hielden jullie de moed er in?” vroegen we.
Bernhard zuchtte dan eens en zei dat hij altijd de strohalm voelde waar hij zich aan vast kon klampen, al overheerste toch menig maal het gevoel dat ze aan een dood paard aan het trekken waren.
“Wat was je leukste moment?”
“De waardering die we kregen toen we van de Rabobank een vitrinekast kregen en de gemeente er nog één bij deed. Die staan nu te pronken in de toegangshal van het Huis van Montfoort.”
En als we vroegen wat zijn wensen waren, zei Bernhard:
“Er zou best nog een derde vitrinekast bij kunnen, we hebben zo veel mooie spullen.”
En: “We zijn nu weer gegroeid naar een club van zestien mensen, maar we kunnen nog meer vrijwilligers gebruiken. En de grootste wens is nog altijd een eigen onderkomen waar we al dat moois dat in de loop van al die jaren door de bevolking van Montfoort is geschonken ook op een passende manier getoond kan worden.”

Bernhard heeft nog net het nieuws meegekregen dat de Stichting Oud Montfoort dit jaar het pand Keizerstraat 25 mag gaan gebruiken. We hadden zo graag gezien dat hij de opening mee had kunnen maken. Helaas is hem dat niet gegund.

Bernhard Weber werd voor zijn inspanningen voor Montfoort en specifiek voor de Oudheidkamer van Montfoort, beloond door de Koninklijke onderscheiding die hij op 20 september 2019 uit handen van Burgemeester Van Hartskamp mocht ontvangen.