Stichting Oud Montfoort

Oudheidskamer Montfoort

Home Statuten

Statuten

STICHTING (met ANBI-bepalingen)
Heden, twaalf april tweeduizend negentien, verschenen voor mij, mr. Jipke Louise Anna Sta, kandidaat-notaris, als vaste waarnemer van, mr Andries Jan Willem Kuiper, gevestigd en kantoorhoudende te Oudewater:
1. X X X
2. X X X
3. X X X
De verschenen personen verklaarden bij deze akte een stichting op te richten en daarvoor de volgende statuten vast te stellen:

STATUTEN
NAAM, ZETEL EN DUUR
Artikel 1
1. De stichting draagt de naam: Stichting Oud Montfoort.
2. Zij heeft haar zetel in de gemeente Montfoort
3. De stichting is opgericht voor onbepaalde tijd.

DOEL
Artikel 2
1. De stichting heeft ten doel:

  1. de geschiedenis van de stad Montfoort en naaste omgeving vast te leggen in beeld, geluid, tekst, historisch en hedendaags materiaal;
  2. het verwerven, beheren, beschrijven en digitaliseren van geluids- en beeldmateriaal, geschreven en gedrukte teksten, verhalen, gebruiksvoorwerpen, gereedschappen en andere zaken die op enigerlei wijze deel uitmaken van of verwijzen naar de geschiedenis en het heden van de stad Montfoort en naaste omgeving;
  3. het doen van onderzoek naar de herkomst en betekenis van de in lid 1 genoemde zaken en hierover publiceren;
  4. het betrekken van de inwoners van Montfoort en naaste omgeving, zonodig en zo mogelijk in samenwerking met overheden, lokale, regionale en landelijke organisaties of instanties die op geschiedkundig terrein werkzaam zijn;
  5. het verrichten van alle handelingen die met bovenstaande verband houden of daartoe bevorderlijk zijn.
    en voorts alhetgeen met een en ander rechtstreeks of zijdelings verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn, alles in de ruimste zin des woords.
2. De stichting tracht haar doel onder meer te verwezenlijken door:
  1. het werven van vrijwilligers;
  2. het initiëren van werkgroepen met specifieke taken binnen de doelstellingen van de stichting;
  3. het verwerven van geldelijke middelen o.a. door het werven van donateurs of ‘Vrienden van’ door het aanvragen van subsidies en bijdragen uit fondsen en door het organiseren van activiteiten en het verkopen van zaken die niet of niet meer tot de collectie behoren;
  4. het beschikbaar krijgen en behouden van eigen ruimtes ten behoeve van tentoonstellingen, depot- en werkruimte;
  5. Het verstrekken van periodieke en eenmalige informatie via elektronische of gedrukte media, inclusief mondelinge informatieoverdracht via lezingen en rondleidingen.
3. De stichting heeft niet ten doel het maken van winst noch zullen haar feitelijke activiteiten daarop zijn gericht.

VERMOGEN
Artikel 3
1. Het vermogen van de stichting zal worden gevormd door:

  • – donaties en giften;
  • – subsidies en sponsorbijdragen;
  • – schenkingen in natura, erfstellingen en legaten;
  • – inkomsten uit georganiseerde evenementen en activiteiten;
  • – alle andere verrijkingen en baten.
2. Erfstellingen kunnen slechts worden aanvaard onder het voorrecht van boedelbeschrijving.

BESTUUR
Artikel 4
1. Het bestuur van de stichting bestaat uit ten minste drie leden en wordt voor de eerste maal bij deze akte benoemd. Het aantal leden wordt – met inachtneming van het in de vorige zin bepaalde – door het bestuur met algemene stemmen vastgesteld. Het bestuur dient zodanig te zijn samengesteld dat een eventueel aanwezige relatie van bestuursleden altijd een minderheid vormt. Onder relatie wordt verstaan:

  • – familieleden tot en met in de vierde graad;
  • – personen die samenwonen met dan wel gehuwd zijn met bestuursleden casu quo met familieleden van bestuursleden tot en met in de vierde graad.

2. Het bestuur richt werkgroepen in met specifieke taken. Elke werkgroep vaardigt één van haar leden af als bestuurslid. Het totaal aantal bestuursleden is bij voorkeur oneven en bestaat uit niet meer dan zeven leden;
3. In het geval het bestuur meer dan drie leden bevat, vormen de voorzitter, de secretaris en de penningmeester het Dagelijks Bestuur en het Algemeen Bestuur wordt gevormd door alle bestuursleden samen;
4. Het Algemeen Bestuur (AB) stelt de taakvelden van de werkgroepen vast en legt deze vast in het Reglement, zoals beschreven in artikel 9;
5. De zittingsduur van een bestuurslid is maximaal vijf jaren, te rekenen vanaf de datum van benoeming;
Het aftredende bestuurslid is terstond herkiesbaar met in achtneming van het bepaalde in artikel 7;
Bestuursleden treden af volgens een door het AB te maken rooster, met dien verstande dat er niet meer dan twee bestuursleden tegelijk aftredend zijn;
Het maximale aantal termijnen dat een bestuurslid achtereen zitting kan hebben in het bestuur is drie.
6. Besluiten worden genomen bij meerderheid van stemmen, waarbij bestuursleden zich bij afwezigheid kunnen laten vertegenwoordigen door een ander bestuurslid middels een schriftelijke volmacht;
7. Mocht(en) in het bestuur, om welke reden dan ook, één of meerdere leden ontbreken, dan vormen de overblijvende bestuursleden, of vormt het enige overgebleven bestuurslid, niettemin een wettig bestuur, met in achtname van het bepaalde in artikel 6;
8. De leden van het bestuur genieten geen beloning voor hun werkzaamheden. De door hen in de uitoefening van hun functie gemaakte kosten kunnen worden vergoed, mits dat de penningmeester hier voorafgaand toestemming voor heeft verleend. Het bestuur kan in het reglement zoals bedoeld in artikel 9 nadere regelingen treffen omtrent de onkostenvergoeding van bestuursleden en vrijwilligers
9. In het geval dat het bestuurslid, zoals bedoeld in lid 8, de penningmeester zelf betreft, vraagt deze vooraf toestemming aan de voorzitter en bij afwezigheid van de voorzitter, aan de secretaris.

BESTUURSVERGADERINGEN EN BESTUURSBESLUITEN
Artikel 5
1. De bestuursvergaderingen worden gehouden wanneer de voorzitter dit wenselijk acht of indien één der andere bestuursleden daartoe schriftelijk en onder inhoudelijke opgave van de te behandelen punten aan de voorzitter het verzoek richt.
2. Indien de voorzitter niet binnen drie weken aan dit verzoek, genoemd in voorgaand lid, gehoor geeft middels het uitschrijven van een vergadering waarin opgenomen het voorgestelde punt dan wel de voorgestelde punten, is de verzoeker bevoegd zelf een vergadering bijeen te roepen met inachtneming van de vereiste formaliteiten;
3. De oproeping tot de vergadering geschiedt -behoudens het in lid 2 bepaalde- door de voorzitter of door de secretaris namens de voorzitter, ten minste zeven dagen tevoren. De oproeping geschiedt schriftelijk of per e-mail;
4. De oproeping vermeldt plaats en tijdstip van de vergadering alsmede de te behandelen onderwerpen;
5. Zolang in een bestuursvergadering alle in functie zijnde bestuursleden aanwezig zijn, kunnen geldige besluiten worden genomen over alle aan de orde komende onderwerpen, mits met algemene stemmen. Ook al zijn de door de statuten gegeven voorschriften voor het oproepen en houden van vergaderingen niet in acht genomen;
6. De bestuursvergaderingen worden geleid door de voorzitter van het bestuur en bij diens afwezigheid door een door de vergadering aangewezen vervanger. Het AB kan ook vaste vervangers aanwijzen voor de functies van voorzitter en secretaris (vice-voorzitter en tweede secretaris);
7. Van het besprokene en de besluiten tijdens de vergaderingen wordt een verslag gemaakt door de secretaris of door één van de andere aanwezigen, door de voorzitter daartoe aangezocht. Dit verslag wordt vastgesteld in de eerstvolgende vergadering en getekend door degenen die tijdens die vergadering als voorzitter en secretaris hebben gefungeerd;
8. Het bestuur kan ter vergadering alleen geldige besluiten nemen indien de meerderheid van de in functie zijnde leden ter vergadering aanwezig is, dan wel vertegenwoordigd is. Een bestuurslid kan zich laten vertegenwoordigen op overlegging van een schriftelijke volmacht. Een bestuurslid kan daarbij voor slechts één medebestuurslid als gemachtigde optreden. De voorzitter van de vergadering beoordeelt of de volmacht voldoet;
9. Het bestuur kan ook buiten vergadering besluiten nemen, mits alle bestuursleden in de gelegenheid zijn gesteld om schriftelijk hun mening te uiten. Van een aldus genomen besluit wordt, onder bijvoeging van de ingekomen antwoorden, door de secretaris een relaas opgemaakt dat, na mede ondertekening door de voorzitter, bij de notulen wordt gevoegd;
10. Elk bestuurslid heeft het recht op het uitbrengen van één stem. Voor zover deze statuten geen grotere meerderheid voorschrijven, worden alle besluiten genomen bij volstrekte meerderheid der geldig uitgebrachte stemmen. Bij staking van de stemmen wordt het voorstel geacht te zijn verworpen;
11. Op uitdrukkelijk verzoek van één der leden, voorafgaand aan de bespreking van een belangrijk agendapunt, en met instemming van een volstrekte meerderheid van stemmen van de aanwezige leden, kan de vergadering besluiten om, in afwijking van het gestelde in lid 10, te beslissen met een 2/3 (twee-derde) meerderheid van de uitgebrachte stemmen;
12. Alle stemmingen ter vergadering geschieden mondeling of bij handopsteken, tenzij de voorzitter of één der stemgerechtigden voor de stemming een schriftelijke stemming gewenst acht. Stemming over personen geschiedt altijd schriftelijk. Schriftelijke stemming geschiedt bij ongetekende gesloten briefjes. Blanco stemmen gelden als niet te zijn uitgebracht.

BESTUURSBEVOEGDHEID EN VERTEGENWOORDIGING
Artikel 6
1. Het bestuur is belast met het besturen van de stichting.
Het bestuur kiest uit zijn midden een voorzitter, secretaris en penningmeester. Deze vormen het dagelijks bestuur. Het algemeen bestuur stelt de werkwijze, de samenstelling en de bevoegdheden van het dagelijks bestuur vast.
2. Het bestuur is bevoegd tot het aangaan van overeenkomsten tot het kopen, in levering aanvaarden, vervreemden, leveren en bezwaren van registergoederen;
3. Het bestuur is niet bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten, waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijke medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerstelling voor een schuld van een ander verbindt;
4. Het bestuur vertegenwoordigt de stichting in en buiten rechte. De vertegenwoordigingsbevoegdheid komt mede toe aan de voorzitter tezamen met de secretaris of de voorzitter tezamen met de penningmeester of, met toestemming van het DB, aan twee daartoe aangewezen bestuursleden.

EINDE BESTUURSLIDMAATSCHAP
Artikel 7
Het bestuurslidmaatschap eindigt:
door overlijden van een bestuurslid, bij verlies van het vrije beheer over zijn vermogen, bij schriftelijke ontslagneming (bedanken), alsmede bij ontslag op grond van artikel 298 boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. Voorts kan een bestuurder worden ontslagen door een gezamenlijk besluit van de overige in functie zijnde bestuursleden wanneer een of meer van de navolgende situaties zich voordoet:
– de verstandhoudingen in het bestuur zijn dusdanig verstoord, ondanks serieuze pogingen die verstandhouding te herstellen, dat er van een vruchtbare samenwerking geen sprake meer is of kan zijn; of
– een bestuurslid disfunctioneert stelselmatig, ondank herhaaldelijk op zijn falen te zijn gewezen.

BOEKJAAR EN JAARSTUKKEN
Artikel 8
1. Het boekjaar van de stichting loopt van één januari tot en met éénendertig december van het zelfde jaar, met dien verstande dat het eerste boekjaar loopt van de datum van oprichting tot en met éénendertig december van het daaropvolgende jaar;
2. Per het einde van het boekjaar worden de boeken van de stichting afgesloten. Daaruit worden door de penningmeester een balans en een staat van baten en lasten over het beëindigde boekjaar opgemaakt, welke stukken binnen vier maanden na afloop van het boekjaar aan het bestuur worden aangeboden;
3. Het dagelijks bestuur kan besluiten om de boeken van de stichting te laten onderzoeken door een extern deskundige die van zijn bevindingen verslag doet aan het dagelijks bestuur.
4. De jaarstukken worden door het algemeen bestuur vastgesteld nadat het heeft kennis genomen van het uitgebrachte verslag.
5. Indien en zolang de stichting een gerangschikte stichting is als bedoeld in artikel 5b van de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen, stelt het algemeen bestuur een beleidsplan vast en actualiseert dit beleidsplan periodiek. Het beleidsplan geeft inzicht in de door de stichting te verrichten werkzaamheden, de wijze van werving van gelden, het beheer van het vermogen van de stichting en de besteding daarvan.
6. Indien en zolang de stichting een gerangschikte stichting is als bedoeld in artikel 5b van de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen, zorgt het bestuur ervoor dat:

  • – er niet meer vermogen wordt aangehouden door de stichting dan nodig is voor de continuïteit van de voorziene werkzaamheden ten behoeve van het doel van de stichting; en
  • – de kosten van werving van gelden en de beheerkosten van de stichting in redelijke verhouding staan tot de besteding ten behoeve van het doel van de stichting.

7. Indien en zolang de stichting een gerangschikte stichting is als bedoeld in artikel 5b van de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen, zorgt het dagelijks bestuur er voor dat de administratie van de stichting zodanig is ingericht dat daar uit blijkt de aard en de omvang van:
  • – de onkostenvergoedingen die toekomen aan de afzonderlijke bestuurders;
  • – de kosten die zijn gemaakt voor de werving van gelden en voor het beheer van de stichting alsmede de aard en de omvang van de andere uitgaven van de stichting;
  • – de inkomsten van de stichting;
  • – het vermogen van de stichting.

REGLEMENT
Artikel 9
1. Het algemeen bestuur is bevoegd een reglement vast te stellen, te wijzigen en op te heffen waarin onderwerpen en regelingen zijn opgenomen die niet in deze statuten zijn vervat;
2. Het reglement mag niet in strijd zijn met deze statuten, noch met de wet;
3. Op vaststelling, wijziging en opheffing van het reglement is het bepaalde in artikel 10 lid 1 van toepassing

STATUTENWIJZIGING
Artikel 10
1. Het algemeen bestuur is bevoegd deze statuten te wijzigen. Het besluit daartoe moet worden genomen met algemene stemmen in een vergadering, waarin alle bestuursleden aanwezig of vertegenwoordigd zijn, zonder dat in het bestuur enige vacature bestaat.
2. De wijziging moet op straffe van nietigheid bij notariële akte tot stand komen.
3. De leden van het bestuur zijn verplicht een authentiek afschrift van de wijziging, alsmede de gewijzigde statuten neer te leggen ten kantore van de Kamer van Koophandel, binnen welker gebied de stichting haar zetel heeft.

ONTBINDING EN VEREFFENING
Artikel 11
1. Het algemeen bestuur is bevoegd de stichting te ontbinden. Op een daartoe te nemen besluit is het bepaalde in artikel 10 lid 1 van toepassing
2. Indien bij de opheffingsvergadering niet alle bestuursleden aanwezig of vertegenwoordigd zijn of als er geen besluit met algemene stemmen mogelijk is, kan de voorzitter een tweede vergadering uitschrijven. Deze vindt plaats minimaal twee weken en maximaal zes weken na de eerste daartoe uitgeschreven vergadering;
3. Bij de vergadering zoals genoemd in artikel 11 lid 2 wordt het besluit genomen met algemene stemmen van de aanwezige dan wel vertegenwoordigde bestuursleden;
4. Indien bij de vergadering zoals genoemd in artikel 11 lid 3 genoemde vergadering geen besluit met algemene stemmen genomen kan worden, kan de voorzitter een derde en laatste vergadering uitschrijven waarbij tot ontbinding van de stichting kan worden besloten met twee/derde meerderheid van de aanwezige bestuursleden. Deze vergadering vindt plaats na minimaal twee en maximaal vier weken na de tweede daartoe uitgeschreven vergadering
5. De stichting blijft na haar ontbinding voortbestaan voor zover dit tot vereffening van haar vermogen nodig is;
6. De vereffening geschiedt door het dagelijks bestuur;
7. De vereffenaars dragen er zorg voor dat van de ontbinding van de stichting inschrijving geschiedt in het register, bedoeld in artikel 10 lid 3;
8. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van deze statuten zo veel mogelijk van kracht; 9. Een eventueel batig saldo van de ontbonden stichting wordt uitsluitend besteed overeenkomstig het doel van de stichting, waarbij de instelling die het batig saldo ontvangt, zich kwalificeert als Algemeen Nut Beogende Instelling en een doel heeft dat vergelijkbaar is met die van de stichting in liquidatie;
10. Na afloop van de vereffening blijven de boeken en bescheiden van de ontbonden stichting gedurende bij de wet voorgeschreven termijn onder berusting van de door de vereffenaars aangewezen (rechts)persoon;
11. Op de vereffening zijn de bepalingen van Titel 1, Boek 2 van het Burgerlijk wetboek van toepassing.

SLOTBEPALINGEN
Artikel 12
1. In alle gevallen, waarin de wet noch de statuten voorzien, beslist het bestuur;
2. Onder ‘schriftelijk’ wordt in de statuten verstaan elk via de gangbare communicatiekanalen overgebracht bericht, waarvan uit geschrift blijkt;
3. Het eerste boekjaar eindigt op eenendertig december tweeduizend twintig.”

SLOTVERKLARINGEN
Tenslotte verklaarden de verschenen personen, ter uitvoering van het bepaalde in artikel 4 leden 1 en 2, dat voor de eerste maal tot bestuurders der stichting worden benoemd:
a. voornoemde heer X, in de functie van voorzitter;
b. voornoemde heer X, in de functie van secretaris;
c. voornoemde heer X, in de functie van penningmeester.

SLOT
De verschenen personen zijn mij, notaris, bekend en de identiteit van de bij deze akte betrokken comparanten is door mij notaris aan de hand van de hiervoor gemelde en daartoe bestemde documenten vastgesteld.
WAARVAN AKTE, is verleden te Oudewater, op de datum in het hoofd dezer akte vermeld.
De inhoud van deze akte is aan de verschenen personen opgegeven en toegelicht.
De verschenen personen hebben verklaard van de inhoud van deze akte voor het verlijden tijdig te hebben kennis genomen en met de inhoud daarvan in te stemmen en op volledige voorlezing van deze akte geen prijs te stellen.
Onmiddellijk na opgave en toelichting door mij, notaris en instemming door de verschenen personen is deze akte beperkt voorgelezen en door de verschenen personen en mij, notaris, ondertekend.